Nieuws

Winst: eindelijk een goede studietoeslag voor studenten met een beperking

CNV Jongeren is ontzettend blij dat studenten die vanwege een beperking niet in staat zijn te werken naast hun studie, vanaf 1 april 2022 een minimumbedrag krijgen aan studietoeslag. Dit betekent dat geen enkele student erop achteruit gaat in de nieuwe regeling. Winst dus!

Sinds 2019 maken we ons al hard voor jongeren met een arbeidsbeperking die niet evenveel studietoeslag krijgen. In november 2021 konden we eindelijk een overwinning vieren: studenten krijgen evenveel studietoeslag, ongeacht de gemeente waarin ze wonen. Eerdere was het nog zo dat een student in Heerlen bijvoorbeeld 30 euro per maand kreeg en een student in Enschede 300 euro.

Het nadeel? Met deze stap mogen gemeentes niet afwijken van de regeling, wat betekent dat ze ook niet boven het afgesproken bedrag mogen uitkomen. En dat zorgt ervoor dat sommige studenten in gemeenten met een hogere studietoeslag dan 150 euro per maand erop achteruit gaan. Voor een aantal studenten wordt daarmee de studietoeslag zelfs gehalveerd!

Samen met o.a. IederIn heeft CNV Jongeren een brief naar de minister gestuurd om haar te attenderen op het nadelige effect van de regeling. En daar is op gereageerd. Het kabinet maakt bekend dat ze van de studietoeslag een minimumbedrag maken. De nieuwe studietoeslag kent geen vermogenstoets en loopt op naarmate de student ouder wordt, tot een bedrag van 300 euro per student. Het staat gemeenten vrij om dit bedrag te verhogen, maar door het stellen van een minimum is de basis voor iedere studenten, ongeacht woonplaats, gelijk.

CNV Jongeren voorzitter Justine Feitsma: “Wij zijn erg tevreden over deze stap en vieren dat het nu eindelijk gelukt is om alle studenten een goede individuele studietoeslag te geven. Toch houdt het hier niet op: de toelage is nog bij erg weinig studenten bekend en daarmee lopen veel studenten geld mis. Onze werkgroep is druk bezig om jongeren te attenderen en informeren over de toelage, en we blijven hier uiteraard over in gesprek gaan met het ministerie.”

Klik hier voor meer informatie vanuit de Rijksoverheid of download hieronder onze flyer.